Op 1 januari 2020 worden nieuw aan te vragen mobiliteitshulpmiddelen (rolstoelen e.d.) en roerende woonvoorzieningen (tilliften e.d.) voor bewoners van Wlz-instellingen met of zonder behandeling (voor wie de ZZP-bekostiging geldt c.q. voor cliënten die niet zelf de woonlasten betalen) niet meer vergoed vanuit de Wmo. De mobiliteitshulpmiddelen worden na 1 januari 2020 betaald via het zorgkantoor, de roerende voorzieningen vanuit het budget van de zorgorganisatie. De uitstaande mobiliteitshulpmiddelen blijven na 1 januari 2020 onder verantwoording van de gemeenten voor onderhoud en reparatie en zullen uit gefaseerd worden tot het hulpmiddel vervangen moet worden. Op deze manier zullen cliënten zo min mogelijk hinder ondervinden van deze door de minister aangekondigde overheveling.

Vanaf 1 januari 2020 dienen nieuwe aanvragen voor mobiliteitshulpmiddelen te lopen via het zorgkantoor. Dit op gelijke wijze zoals nu de individuele rolstoelen verstrekt worden. De zorgkantoren zullen na de zomer over het indicatieproces en de keuze voor producten communiceren. De minister van VWS heeft bestuurlijke afspraken gemaakt met de VNG en Zorgverzekeraars Nederland om deze vereenvoudiging op 1 januari 2020 te realiseren. Deze vereenvoudiging wordt gezamenlijk voorbereid, waarbij ook de brancheorganisaties van de zorgaanbieders, Firevaned en cliëntorganisaties zijn betrokken. Het uitgangpunt is dat cliënten die deze hulpmiddelen gebruiken zo weinig mogelijk van deze verandering merken. De wijziging brengt voor zorgaanbieders extra kosten met zich mee, omdat zij ook voor klanten met een ZZP zonder behandeling verantwoordelijk worden voor de indicatiestelling en begeleiding bij het eerste gebruik van het mobiliteitshulpmiddel. De NZa neemt hiervoor een passende bekostiging op in de Wlz-tarieven 2020. Het streven van de NZa is deze bekostiging – na consultatie van betrokken partijen – in augustus te publiceren.

Bijgaand treft u: